Visueel comfort in klas dankzij goede verlichting

04 mei Visueel comfort in klas dankzij goede verlichting

Naast thermisch comfort, akoestiek en binnenluchtkwaliteit is een goede verlichting van groot belang. Uit onderzoeken blijkt dat het visueel comfort steevast in de top drie van leerkrachten staat wanneer hen gevraagd wordt naar de belangrijkste factoren waarop gelet moet worden bij het ontwerp van een klaslokaal.

Uit studies is gebleken dat het visueel comfort in klaslokalen een impact heeft op het leerproces (bv. op de concentratie en vitaliteit van de leerlingen), maar ook op de algemene gezondheid en het welzijn van de leerlingen en leerkrachten. Bij het uitwerken van een lichtconcept voor een gebouw is daglicht een primaire bron van licht: het bevordert het algemene welzijn en het concentratievermogen van de leerlingen. Bij een tekort aan daglicht moet er aangevuld worden met kunstlicht. De (r)evolutie in ledverlichting heeft ervoor gezorgd dat er zeer energie-efficiënte oplossingen beschikbaar zijn voor de kunstverlichting. Bovendien kunnen we de kunstverlichting naar wensen en behoeften sturen door te kiezen voor lichtregelsystemen.

Welke aspecten zijn van belang bij het lichtontwerp voor onderwijsgebouwen?

  1. Verlichtingssterkte

Wanneer een bepaalde taak moet worden uitgevoerd (lezen, schrijven, handwerk,…), is er uiteraard voldoende licht nodig op het werkvlak (ook wel taakoppervlak genoemd). Enkel op die manier kan de taak op een comfortabele en veilige manier worden uitgevoerd. De grootheid die gebruikt wordt om te bepalen of er op het werkvlak voldoende licht valt, is de verlichtingssterkte.

In de norm NEN-EN 12464-1:2011 worden richtlijnen gegeven voor de minimale verlichtingssterktes. Voor onderwijsgebouwen ziet dat er als volgt uit:

Tabel-verlichtingssterkte

Minimale gemiddelde luxwaardes in onderwijsgebouwen.

De waarden voor de verlichtingssterkte in de norm NEN-EN 12464-1:2011 zijn praktijkverlichtingssterktes: het betreft de gemiddelde verlichtingssterkte over het volledige werkvlak die te allen tijde gegarandeerd moet zijn. 

  1. Verblinding

Te grote contrasten als gevolg van een slechte luminantieverdeling of te hoge luminanties in het algemeen binnen het gezichtsveld kunnen tot verblinding leiden. Verblinding vermindert het vermogen van een persoon om voorwerpen waar te nemen en van elkaar te onderscheiden. Hierdoor wordt het zorgvuldig uitvoeren van een taak bemoeilijkt. Het is dan ook belangrijk verblinding te vermijden om vergissingen, vermoeidheid en zelfs ongevallen te voorkomen.

Om verblinding door de kunstverlichting te kunnen beoordelen, werd op internationaal niveau het begrip “UGR-waarde” (Unified Glare Rating) ingevoerd. Deze grootheid wordt frequent gebruikt om het risico op directe verblinding bij een verlichtingsinstallatie te beoordelen en houdt, behalve met het type armatuur en haar positie, ook rekening met de karakteristieken van de ruimte en met de positie van de waarnemer. Er worden aan de UGR-waarde bepaalde maxima opgelegd, afhankelijk van de uit te voeren taak: hoe lager de UGR-waarde, hoe kleiner het risico op verblinding. Algemeen wordt er van uitgegaan dat er bij UGR-waarden kleiner dan 10 geen merkbare verblinding optreedt, dat bij een UGR-waarde groter dan 22 de verblinding echt storend is en dat ze bij een UGR-waarde vanaf 28 zelfs ondraaglijk en belemmerend wordt. Concreet worden er in de norm NEN-EN 12464-1:2011 voor onderwijsomgevingen volgende maxima voorgeschreven in functie van de uit te voeren taak:

Tabel-UGR

 
Maximale UGR-waardes in onderwijsgebouwen.
  1. Gelijkmatigheid lichtverdeling (uniformiteit)

 De norm NEN-EN 12464-1:2011 legt waarden op voor gemiddelde verlichtingssterkte over het volledige werkvlak die altijd gegarandeerd moeten zijn. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat bepaalde zones van het werkvlak veel meer verlicht zijn dan andere (terwijl de gemiddelde waarde van de verlichtingssterkte toch nog steeds voldoendehoog kan zijn). Zo is het in een klaslokaal niet wenselijk dat de lessenaars van de leerlingen slecht verlicht zijn zodra deze eens verzet worden naar een andere dan de standaardopstelling. Vandaar dat er ook eisen naar uniformiteit (UO), ook wel gelijkmatigheid, van de verlichtingssterkte op het werkvlak gesteld worden. De uniformiteit is gedefinieerd als de verhouding van de minimale ten opzichte van de gemiddelde praktijkverlichtingssterkte op het werkvlak. Ze karakteriseert metandere woorden de lichtverdeling op het werkvlak.

Voor schoolomgevingen geldt een minimumwaarde van 0,6, waarbij in de praktijk steeds vaker een minimale gelijkmatigheid van 0,7 in klaslokalen en collegezalen wordt vereist. Een gebrek aan aandacht voor de uniformiteit kan leiden tot hinderlijke schaduwen op het werkvlak of tot vermoeiing van de ogen, aangezien die zich steeds zouden moeten aanpassen aan andere lichtomstandigheden.

  1. Lichtkleur

 Kleurtemperatuur

Wit licht bestaat in heel wat verschillende schakeringen. Rood en oranje getint wit licht wordt eerder geassocieerd met gezelligheid en warmte, terwijl blauwe tinten eerder koel en kil overkomen. Het is mogelijk om een bepaalde tint te koppelen aan een meetbare waarde met behulp van de grootheid “kleurtemperatuur”, uitgedrukt in “kelvin” (K). Hoe lager de waarde voor de kleurtemperatuur, hoe meer de rode tint doorweegt en dus hoe warmer de kleur van het wit licht. Een hoge waarde voor de kleurtemperatuur wijst op een blauwe kleurtint. Koudere kleuren (een hogere kleurtemperatuur) worden helderder ervaren dan warme kleuren (een lage kleurtemperatuur).

Voor ontspannings- en rustruimtes wordt meestal voor warm wit licht gekozen, terwijl iets kouder wit licht aangeraden wordt op plaatsen waar concentratie vereist is. Voor standaard klaslokalen wordt meestal gekozen voor lampen met een kleurtemperatuur van 3000 of 4000 K, waarbij 4000 K meestal de voorkeur geniet.

Kleurweergave-index

Iedereen heeft wel al eens vastgesteld dat de kleur van een kledingstuk kan veranderen naargelang de lichtbron waaronder het kledingstuk bekeken wordt. Ook in de slagerij ziet het vlees er altijd wat roder uit dan wanneer het thuis uit de verpakking gehaald wordt. In kantoren en scholen is het de bedoeling om alle kleuren zo getrouw mogelijk te kunnen waarnemen. Dit is immers een van de kenmerken van kwaliteitsvolle verlichting. De mate waarin de kleurweergave door een bepaalde lichtbron correct gebeurt, wordt aangegeven door de kleurweergaveindex Ra (Colour Rendering Index (CRI)) van de lichtbron. Deze heeft een waarde tussen 0 en 100.

De index definieert dus hoe kleuren weergegeven worden onder het licht van een bepaalde lichtbron, vergeleken met het licht van een bepaalde referentielichtbron. De norm NEN-EN 12464-1:2011 schrijft de waarde voor de kleurweergave voor in functie van de visuele taak. In de meeste gevallen wordt in school- en kantoortoepassingen een kleurweergave-index van minimum 80 voorgeschreven.

Klik hier voor meer informatie over de kleurweergave-index RA (CRI).

  1. Energieverbruik

Behalve visueel comfort is uiteraard ook de energiezuinigheid van een verlichtingsinstallatie belangrijk. De laatste decennia is het bewustzijn rond de klimaatverandering en de bijhorende energie- en milieuproblematiek sterk gestegen. Bovendien zorgt een lager energieverbruik ook voor een lagere energiefactuur. Zeker bij scholen moet dit een doorslaggevende factor zijn om te investeren in energiezuinige verlichting en eventueel in lichtregelsystemen. In scholen kan het verbruik voor verlichting namelijk tot wel 75 % van het totale elektriciteitsverbruik bedragen.

Als maat voor de energiezuinigheid van de verlichtingsinstallatie voor de algemene verlichting in onder andere klaslokalen en kantoren kan het specifiek vermogen gebruikt worden (uitgedrukt in W/(m2.100lx)). Met “algemene verlichting” wordt de verlichting van de horizontale werkvlakken (zoals lessenaars en bureaus) bedoeld.

Het specifiek vermogen wordt dan berekend door het geïnstalleerde vermogen voor de algemene verlichting (zowel vermogen van lampen als van voorschakelapparaat) te delen door:

  • de volledige vloeroppervlakte van de ruimte (zelfs indien er een randzone werd ingevoerd), uitgedrukt in m2
  • de gemiddelde praktijkverlichtingssterkte over het werkvlak, uitgedrukt per 100 lx

Anno 2016 kan als richtwaarde voor het specifiek vermogen van een energiezuinige installatie voor de algemene verlichting in schoolgebouwen 1,3 a 1,6 W/(m2.100lx) vooropgesteld worden. Voor een vereiste gemiddelde verlichtingssterkte van 300 lx komt dit neer op 3,9 a 4,8 W/m2, een vereiste verlichtingssterkte van 500 lx op het werkvlak stemt overeen met 6,5 a 8 W/m2.

Wilt u weten over goede verlichting in onderwijsomgevingen? Neem dan contact op met onze lichtadviseurs. Zij zijn graag bereid u te ondersteunen met een gedegen advies richting uw klant, T (038) 443 24 70 of lighting@gunneman.nl.

Button-neem-contact-op

Ook interessant om te lezen

Door de toenemende automatisering van onze communicatie en apparaten krijgen we steeds meer te maken met het fenomeen cybercrime. Daarbij worden niet alleen computers, pc’s en tablets gehackt, ook digitale aansturingssystemen van onder andere domotica zijn kwetsbaar voor dit soort criminele aanvallen. Op die manier......

De technieksector is volop in ontwikkeling. Naast de razendsnelle opkomst van steeds efficiëntere en meer energiezuinige systemen, signaleren we ook interessante innovaties die naar onze mening een grote stempel gaan drukken op de toekomst van de installatietechniek. Zo’n ontwikkeling is Li-Fi. Met andere woorden: draadloze......

LED verlichting zijn booming. En bij veel installateurs blijft dat zeker niet onopgemerkt, want de aanvragen voor het installeren van LED’s blijven bij hen maar binnenstromen. Vooral de zakelijke sector klopt steeds vaker aan. Een logische trend, want in 2023 moeten alle kantoorgebouwen in Nederland......

Geen reacties

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.

Deze website plaatst cookies. Dit doen we om onze site gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van het bezoekersgedrag. Maar je blijft anoniem. Als je verder surft accepteer je onze cookies.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close